Geschiedenis

DE DRIE MUSKETIERS

Aan het kraambed van de Stompwijkse ponyclub, onze huidige Landelijke Rijvereniging en Ponyclub “De Blesruiters”, stonden de heren Sjaak Vurens, Piet Roeling en Aad Koeleman.

Sjaak Vurens, geboren en getogen in Stompwijk, is altijd een groot liefhebber van paarden geweest en nog steeds. Deze liefde voor paarden komt niet van zijn vader, die toentertijd kruidenier was.

Het begon in de oorlog, toen de Duitsers in Stompwijk waren met hun paarden. Zijn ouders hadden het hem zo verboden naar de paarden te gaan, maar de verleiding was veel te groot … Sjaak kreeg iedere dag op zijn donder als hij dan weer onder de luis en schurft thuis kwam! Sjaak werkte in Ypenburg in de vliegtuigindustrie, maar i.v.m. een gehoorafwijking werd hij afgekeurd. Toen koos hij voor de zeevaartschool. Dat betekende dat hij iedere dag op zijn fiets eerst naar Rijswijk ging voor zijn werk, vlug naar huis eten en daarna naar Scheveningen moest en weer terug natuurlijk … totaal 60km per dag! “Onze jeugd van tegenwoordig kan zich dat helemaal niet voorstellen, dat wij zulke afstanden op de fiets moesten overbruggen”. Sjaak heeft zo’n 9 jaar rond de wereld gereisd, voor een oliemaatschappij o.a. op tankers gevaren.

Maar toen hij na die 9 jaar weer vaste grond onder zijn voeten kreeg in Stompwijk, ging hij trouwen, kreeg kinderen en kwam zijn hartstocht voor paarden weer terug. Hij kocht een Shetlander voor zijn kinderen. Zelf ging Sjaak in de drafsport.

Piet Janson, de melkboer, kwam ook bij Sjaak de melk brengen. Deze Piet Janson had op zijn land een paar pony’s staan. Daar werd weinig of niets mee gedaan. ”Kinderen sprongen erop en weer eraf … en dat was het”.

Ook werden de pony’s gebruikt voor de pony-races op de jaarlijkse Stompwijkse kermis. Het idee van de pony-races tijdens de kermisdagen kwam van Cor Janssen. Deze Cor Janssen heeft ook het springen tijdens de kermisdagen geïntroduceerd; naar hem is toen de Springtrofee genoemd.

Eerdere jaren had de draverijvereniging “Nooit Gedacht” als activiteitenonderdeel van de kermisdagen de windhondenraces en het aangespannen rijden georganiseerd. Deze activiteiten waren eigenlijk te duur en leverden voor de vereniging te weinig op. Het ponyracen daarentegen werd een groot succes. Maar na de kermis stonden de pony’s weer op het land van melkboer Piet en dat vond Sjaak doodzonde!

Zo ontstond bij Sjaak het idee om met deze pony’s toch meer te gaan doen.

Aad Koeleman, ook geboren/getogen Stompwijker, werkzaam bij Kees de Jong sr. en groot paardenliefhebber, kende Sjaak allang.

Van de melkboer kreeg hij te horen dat die “Piet Roeling op de laan” ook wel paardengek was. Zijn vader zat bij de cavalerie en is jarenlang voorzitter geweest van de ponyclub in Schipluiden; zijn broer reed paard, was instructeur en trad op als jurylid. Weliswaar was Piet dus “maar import” (geboren in Schipluiden), maar al een tijdje woonachtig in Stompwijk, en…..Piet had net een pony gewonnen met de kermis-loterij, voor 10 gulden de pony “edel Scott R”, de R staat voor Roeling! Later is Piet ook penningmeester van De Kring geweest.

Deze drie mannen zochten voor hun idee, een Stompwijkse ponyclub, nog meer enthousiaste mensen. Geen van drieën zagen ze het zitten voorzitter te worden. Dat werd Maarten den Haan “ook een paardenman”. Een stuk land en een bak waren ook heel belangrijk. Die vonden ze bij “landheer” Kees de Jong sr..

Er kwam een oprichtingsvergadering in het Dorpshuis op 23 juni 1973, waarvoor alle bewoners van Stompwijk met pony(‘s) en/of kind(eren) werden uitgenodigd. De animo was groot en de vergadering werd een groot succes … de Stompwijkse ponyclub was geboren. Met nadruk wordt gesteld dat de opzet van deze Stompwijkse ponyclub is, een vereniging te zijn voor het hele dorp, voor iedereen betaalbaar. Daarnaast was de eis dat mensen met pony, die lid waren van de vereniging, hun pony beschikbaar moesten stellen aan kinderen zonder pony. Er werd begonnen met 20 leden…….allemaal jongens!!

Dat waren: Tom Roeling, Peter Roeling, Ruud Vurens, Harry Suiten, Pim v.d. Brink, Koen v.d. Bosch, Maurice v.d. Bosch, Guus v.d. Bosch, Erik Zweren, Geert Zweren, Gerard van Rijn, Kees Jansen, Leo Jansen, Nico de Jong, Kees de Jong, Victor Monster, Egbert van Niekerk, Kees van Veen, Dick de Bruin, Jan-Willem van Bemmelen en Erik van Bemmelen.

Er moest natuurlijk ook een instructeur komen. Op zijn fietsje langs de Vliet sprak Sjaak de politieman te paard Pleun van der Steen aan. Nou … deze zag het wel zitten om die Stompwijkse kinderen op hun Stompwijkse pony’s wat te leren. Zelf had hij bij de bereden politie in Leidschendam gezeten, ook als instructeur. Maar hij kende Stompwijk heel goed en de Stompwijkers kenden hem heel goed! Van der Steen is komen kijken op de ponyclub en heeft er uiteindelijk ruim 10 jaar les gegeven. De ouders van de ruitertjes moesten er wel eerst van overtuigd worden, dat de kinderen vanaf nu op zadels moesten rijden! Geen strotouwtjes meer, maar echte hoofdstellen en teugels!


De eerste locatie

De eerste locatie was bij “landheer” Kees de Jong sr.. Er moest een bak gemaakt worden. Daarvoor moest een gedeelte van het land opgehoogd worden. Een hele klus, want alles gebeurde indertijd met de hand. Van drukkerij Excelsior kreeg de vereniging een hoop grond (gratis) om het land op te hogen. Een hele zaterdag reden een heel stel boerentrekkers af en aan om de grond te vervoeren naar Kees de Jong. De bak werd afgezet met palen (gekregen van aannemersbedrijf Schouten (vader van Willemijn de Jong).

… een leuke anekdote: Sjaak Vurens hield de palen vast en Piet Roeling probeerde ze in de grond te slaan. Maar de grond was erg hard. Piet had het slimme idee om bagger op de grond te gooien, waardoor deze zachter zou worden. Zo gezegd, zo gedaan. Piet sloeg met een rot klap op de paal die door Sjaak Vurens werd vastgehouden. De bagger spatte op en … Sjaak was niet meer te zien!! Aad Koeleman kwam niet meer bij van het lachen! Deze drie mannen zijn het alle drie erover eens dat er indertijd hard gewerkt werd, maar ook des te meer gelachen.

De stallen (van Tinus de Geus) kreeg de ponyclub ook van Jan Schouten, toen echt de grootste sponsor. In een bouwkeet met een oliekacheltje en waarin het aan alle kanten tochtte en stonk, kregen de kinderen theorieles.

geschiedenis
Foto uit de “oude doos” van links naar rechts Piet Roeling in gezelschap van een jongedame,
instructeur dhr. v.d. Steen, ruiter Kees de Jong en Sjaak Vurens.

Na zo’n 2-3 jaar vond instructeur Van der Steen dat de kinderen wel klaar waren voor het grotere werk … de Federatie. Op een zaterdagmiddag, bij Sjaak Vurens, werden de voorzitter van de Federatie, meneer Haak, en de secretaris, meneer Duiker, uitgenodigd voor een gesprek. De ponyclub werd doorgelicht. Sjaak wist helemaal niet of de club A, B, C ofwel D pony’s had! Er werd hartelijk om gelachen.

Om in de Federatie te mogen rijden moest de club aan verschillende eisen voldoen:

  • Een naam
  • Een vaandel
  • Uniforme kleding enz.

De naam “De Blesruiters” viel al gauw, maar hoe en wanneer? Hierop wist An Koeleman een heel duidelijk antwoord te geven: op een dag stond An Koeleman te praten met Gon Schouten (Willemijns moeder) en “Waarover spraken zij….”? Nee niet over een bepaald wasmiddel, maar natuurlijk over de ponyclub. Want wat de mannen bezig hield, hield ook de vrouwen bezig. In een opwelling noemde Gon Schouten de naam “Blesruiters”. Omdat Stompwijk al “Het Blesse Paard” heeft en het wel leuk is in dezelfde stijl te blijven, werd het dus:

“De Blesruiters”

Het vaandel is door Lien Roeling, Piet zijn vrouw, geborduurd. Het vaandel werd officieel overhandigd op de kermis door de toenmalige burgemeester Kolfschoten.

Uniforme kleding, alle ouders moesten ervan overtuigd worden dat uniforme kleding noodzakelijk was voor het federatie rijden…..weer extra onkosten. Dat ging indertijd niet zo makkelijk als tegenwoordig. De vraag rees natuurlijk welke kleuren de ponyclub moest dragen. Hierover hebben Riet Vurens en An Koeleman zich gebogen. Na onderzoek bleek dat de kleuren geel en groen nog niet gedragen werden door Stompwijkse verenigingen. En om de kosten voor alle ouders te drukken, wilden Riet en An de truitjes wel zelf breien. Maar … dat is niet doorgegaan, de kleding werd gekocht.

De heer Van der Steen heeft het grote naambord “DeBlesruiters” boven de toegangspoort van het huidige terrein gemaakt (wat later weer vernieuwd is door Theo van der Meer). Ook heeft hij veel hindernismateriaal in elkaar gezet, o.a. de muur, die de club nog altijd heeft.

Hij heeft heel veel voor de club betekend. Een ding is men nooit van hem vergeten: toen de club voor de federatie begon te rijden, bleek dat hij de kinderen het lichtrijden had aangeleerd op het binnenbeen i.p.v. op het buitenbeen!! Een historische anekdote.

Weldra sloten zich ook meisjes aan bij de ponyclub … wij zullen die jongens wel even een poepje laten ruiken, dachten: Maaike van der Voort, Linda de Bruin, Willemijn Schouten, Mary Koeleman, Connie Oliehoek, Annemarie van Rijn, Marjolein van Veen, Wilma Snelderwaard, Diana Vurens en later Tiny v.d. Akker en nog veel meer dappere meiden!!

geschiedenis2
Foto uit de “oude doos” van links naar rechts: prijsuitreiking door dhr. Maarten den Haan,
instructeur dhr. v.d. Steen, ruiter Kees de Jong en Piet Roeling.


MENNEN

Met zijn gewonnen pony “Edel Scott R” voor de kar reed Piet Roeling vaak naar Schipluiden om even een bakkie te halen. Dat vond hij het mooiste wat er was. Zo is zijn voorliefde voor het mennen ontstaan.

In 1990 heeft Piet bij Jan Bakker in Valkenburg de mencursus gevolgd en het koetsiersbewijs gehaald.

Piet gaf daarna de eerste mencursus bij De Blesruiters. Er was animo genoeg en zo kreeg de vereniging het onderdeel mennen erbij. Omstreeks -1994/1995- vond Piet Roeling het na 17½ jaar bestuurslid van De Blesruiters te zijn geweest, tijd om op te stappen en plaats te maken voor nieuw bloed.

Een leuke anekdote van Sjaak Vurens:

Sjaak deed mee aan een wedstrijd in Wassenaar bij Van Santen. Sjaak vroeg aan Ab Spaan hem voor te lezen, de B-proef. Zo gevraagd, zo gedaan! Maar halverwege de proef denkt Sjaak: “verrek, wat zegt die Ab toch allemaal? Dat is toch geen B-proef!”.

Maar ja, Sjaak reed maar door. Na de proef reed Sjaak naar de jury toe. Ab liep mee en het jurylid vroeg aan Sjaak: “Meneer wat voor proef reed u nou?”. Sjaak: ”Nou ja, volgens mij ben ik met B begonnen, maar ja, halverwege wist ik het ook niet meer wat die man mij voorleest!”. Dus het jurylid vraagt aan Ab: ”Meneer, wat voor proef heeft u deze meneer nu voorgelezen?”. Ab kijkt in zijn boekje en zegt: ”Barst, zijn door de wind 10 blaadjes omgeslagen!”.

Alle drie lachen ze hier hartelijk om. Het jurylid zegt: ”nou heren, ik heb nu al zo’n 40 jaar mensen onder de man begeleid, ik geloof dat ik nu maar overstap naar de menners … gezellige boel!!”.

Piet Roeling hanteerde altijd de stelregel:

“Een paard iets leren is een vak apart. Je ken een paard leren en je ken een paard leren. Maar met beleid leren, daar heb je al je leven plezier van. Doe je dat niet, dan hou je toch altijd problemen.”

1998 Interview met Aad Koeleman, Piet Roeling, Sjaak Vurens, Ant van Bohemen
geschreven door Ellen Martens