Bakregels

 

  • Vraag bij Binnenkomen altijd “Bakdeur vrij” en wacht op antwoord of kijk goed of er niemand aankomt. Het is niet de bedoeling om ‘deur vrij’ te roepen en ondertussen al door te lopen. Je moet vragen of je naar binnen kan en dus niet iemand in de weg loopt.
  • Stilstaan enkel op de middenlijn. Als je stil moet staan, doe dit dan altijd op de middenlijn. Op- en afstijgen, je trui uitdoen en je deken goed leggen vallen hier ook onder. Als er een andere ruiter bezig is met oefeningen op de middenlijn kan je er iets naast gaan staan. Ga nooit onnodig lang op de hoefslag stilstaan.
  • Moet je stilstaan op de hoefslag: vraag dan “hoefslag vrij” Als je stil moet staan op de hoefslag, bijvoorbeeld om je deken weg te leggen, vraag dan eerst ‘hoefslag vrij’. Als je ziet dat je geen andere ruiter lastig kan vallen met het stilstaan kan je dat doen. Probeer echter wel om zo snel mogelijk weer door te rijden.
  • In- en uitstappen doe je altijd op de binnenhoefslag. Dit omdat de andere ruiters dan gewoon hun oefeningen uit kunnen voeren. Mocht het zo zijn dat er een ruiter aankomt die bijvoorbeeld schouderbinnenwaarts aan het oefenen is, ga dan nog een stukje aan de kant. Als je in- en uitstapt heb je nooit voorrang.
  • Linkerhand heeft voorrang op rechterhand. Ruiters in draf of galop op de linkerhand hebben voorrang op ruiters in draf of galop op de rechterhand. Het is echter niet de bedoeling om deze voorrang af te dwingen.
  • Snellere gang heeft voorrang op langzamere gang. Als men op dezelfde hand rijdt, geldt altijd dat de snellere gang voorrang heeft. Dus galop heeft voorrang op draf.
  • Zijgangen hebben voorrang. Dit geldt voor alle zijgangen, zoals wijken & appuyeren. Dit betekent dat een zijgang op de hoefslag ook voorrang heeft.
  • Figuren hebben voorrang. Als iemand een figuur aan het rijden is heeft deze persoon ook voorrang. Het is lastig om bijvoorbeeld een volte ineens te onderbreken.

 

Fatsoensregels

 

Onderstaande regels zijn geen ‘vaststaande regels’, maar aanwijzingen die over het algemeen ervoor kunnen zorgen dat het met elkaar rijden soepeler gaat en leuk blijft.

  • Stoor andere ruiters niet. Ga niet schelden op je paard of luidruchtig zitten kletsen. Iedereen komt daar voor zijn plezier en de training van zijn paard.
  • Neem geen voorrang. Wees soepel in het voorrang geven en nemen. Dat jij linksom in galop rijd wil niet betekenen dat je gelijk door iedereen heen moet denderen, want ‘jij hebt tenslotte voorrang’. Probeer een beetje inzicht in de situatie te hebben en te kijken of het niet misschien handiger is om even een volte te draaien, zodat je niemand in de weg zit.
  • Overleg met de anderen in de bak. Als je een oefening gaat doen waarbij je andere ruiters zou kunnen hinderen, zoals een paar keer achter elkaar van hand veranderen, meld dit dan even. Het is een kleine moeite en iedereen weet gelijk waar ze aan toe zijn. Bij sommige verenigingen is het zelfs gewoon om te vragen ‘zullen we van hand veranderen?’, op deze manier blijft iedereen dezelfde kant oprijden. Als het druk is in de bak kan dit de boel versoepelen.
  • Meldt het als je paard kan slaan. Zorg dat de andere ruiters in de bak ervan op de hoogte zijn als je paard zou kunnen uithalen naar andere paarden, zodat zij er rekening mee kunnen houden en niet te dicht achter je rijden. Je kunt op wedstrijd een rood lint in de staart vlechten ter waarschuwing.
 

 In rijm

 

Een oud gedichtje somt de regels in rijm nog eens op:
Al wie zich in de baan wil wagen,
dient dit vooraf beleefd te vragen.
Wie zijgang rijdt heeft vrije baan,
wie stapt moet naast de hoefslag gaan.
Wie links rijdt heeft de meeste praats,
wie rechts rijdt maakt voor d’ander plaats.
Rijdt veel praat weinig en tot besluit:
Kom tijdig, en ga op tijd er uit…